Op zoek naar de geheime verblijfplaatsen van de laatvlieger

Door Gerard Lubbers, senior adviseur ecologie bij Eelerwoude | 2 juni 2026

In het voorjaar werken we als ecologen veel buiten in het veld. Zo stonden er in mei dit jaar (2026) naast de reguliere vleermuisrondes met de batdetector voor het soortmanagementplan Borger-Odoorn ook vier vleermuisvangacties op het programma. In totaal vingen we tijdens deze acties 17 laatvliegers én 17 gewone dwergvleermuizen.

Waarom vangen en zenderen?

Met een gewone batdetector lukt het maar beperkt om verblijfplaatsen van laatvliegers op te sporen. Je vindt er een paar, maar het merendeel blijft verborgen en verblijfplaatsen die je niet kent, kun je ook niet beschermen. Door vleermuizen te vangen en uit te rusten met een zendertje, kunnen we ze letterlijk volgen naar hun verblijfplaatsen.

We verwachten dat vangen en zenderen voor de laatvlieger binnenkort verplicht wordt gesteld door het bevoegd gezag, net zoals dat al geldt voor de meervleermuis en de tweekleurige vleermuis. Reden genoeg om nu al ervaring op te doen met deze methode.

Samenwerking

Omdat het vangen van vleermuizen vergunningsplichtig is, werken we samen met adviesbureau Altenburg & Wymenga. Zij leiden de vangacties en regelen de benodigde vergunningen.

Hoe werkt het vangen?

De vleermuizen worden gevangen in mistnetten, opgehangen op plekken waar ze regelmatig vliegen. De netten zijn zo dun dat de dieren ze nauwelijks kunnen waarnemen en er verstrikt in raken. Zodra een vleermuis in het net zit, halen we hem er zo snel mogelijk uit. Daarna wordt het dier opgemeten, gewogen en worden gebitskenmerken vastgesteld. Na het beschrijven worden de vleermuizen bijgevoerd en weer vrijgelaten.

De vleermuizen worden gevangen met zogenaamde ‘mistnetten.

Bij niet-zwangere vrouwtjes en mannetjes wordt vóór het vrijlaten een zendertje opgeplakt, met huidlijm op de rug, zo bevestigd dat het er na ongeveer twee weken vanzelf weer afvalt.

Op pad met de radioantenne

Omdat veel laatvliegers om de paar dagen van verblijfplaats wisselen, moeten we ze om de dag opzoeken met een radioantenne. Dat leverde mooie resultaten op: we hebben tien nieuwe verblijfplaatsen gevonden! De twee weken daarna – zo lang gaan de zenders mee – bleven we actief op zoek.

Een heel netwerk aan verblijfplaatsen in beeld

Om de gevangen dieren goed te kunnen volgen, gaven we ze namen, aangedragen door collega’s die zo hun eigen vleermuis konden volgen. Zo hadden we vier vrouwtjes: Tess, Emma, Luna en Sascha, en drie mannetjes: Mats, Luuk en Koen.

Met deze methode wordt ook het netwerk aan verblijfplaatsen zichtbaar. Tess woonde ruim een week in een huis aan de Eeserstraat in Borger, maar verhuisde met het warme weer naar de Kerspel, toevallig de oude verblijfplaats van Mats. Mats zelf was inmiddels alweer doorgetrokken naar de Sassenbergen. En dan is er nog Mats’ opmerkelijke uitstapje: hij vloog maar liefst zeven kilometer ver richting Exloo om daar te foerageren. Niet de kortste weg naar het avondeten, maar blijkbaar de moeite waard.

Het uitpeilen van gezenderde vleermuizen vindt overdag plaats met behulp van een auto met een grote antenne.

Het blijft bijzonder: met een antenne door de straten van Borger rijden, op zoek naar een dier van een paar gram dat ergens achter in een spouwmuur of in het dakbeschot slaapt. Maar juist die combinatie van hightech en veldwerk maakt dit vak zo boeiend.

En de data die het oplevert, maken echt het verschil voor de bescherming van deze soort.

Ook inzicht krijgen in verblijfplaatsen van vleermuizen in een gebied?

We gaan graag in gesprek om de mogelijkheden te bespreken.

Gerard Lubbers

Gerard Lubbers

Senior adviseur ecologie

Gerelateerde projecten