De impact van de wijziging op de Natuurschoonwet

Per 1 januari 2021 is de Natuurschoonwet (NSW) 1928 op enkele onderdelen gewijzigd. Inmiddels zien we welke gevolgen dit heeft voor landgoederen en hun eigenaren. In de praktijk doen zich situaties voor die direct samenhangen met deze wijzigingen. Hieronder geven we duiding én handvatten voor goed natuurbeheer binnen de nieuwe kaders.

Wijziging voorwaarden voor rangschikking van natuurterreinen

Deze wijziging houdt in dat alleen nog echte natuur onder de term natuur mag vallen. Dit heeft met name een grote invloed op landgoederen.

  • Nieuwe landgoederen kunnen niet langer gerangschikt worden op basis van een natuurinrichtingsplan.
  • Bestaande landgoederen kunnen geen landbouwgronden in transitie naar natuur meer laten rangschikken. In de praktijk blijkt dat de omvorming naar natuur meestal niet goed tot stand komt. Vaak ontbreekt de kennis hiervoor.

Omdat de natuur tegenwoordig aan duidelijke eisen moet voldoen, is het voor eigenaren van bestaande landgoederen belangrijk om een goed beeld te hebben van de huidige kwaliteit. Voldoet deze aan de richtlijnen? En wat als percelen al jaren in de overgangsfase van landbouw naar natuur zitten?

Wat is dan echte natuur?

Voor de definitie van natuur verwijst de Natuurschoonwet naar de Index Natuur en Landschap van Bij12. Hierin zijn de natuurtypen met bijbehorende afbakeningen beschreven. Op veel landgoederen gaat het om natuurtype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, waarbij grasachtigen dominant zijn en minimaal 20% van de oppervlakte bestaat uit kruiden en mossen.

​Overgangsrecht: wat betekent dit?

Voor landgoederen die op 31 december 2020 aan de toen geldende voorwaarden voldeden, maar niet aan de nieuwe eisen per 1 januari 2021, geldt overgangsrecht. De oude voorwaarden blijven dan maximaal tien jaar van kracht.

Dat overgangsrecht vervalt echter eerder wanneer:

  • het landgoed een nieuwe eigenaar krijgt (behalve bij vererving of verdeling van een gemeenschap of nalatenschap)
  • percelen worden toegevoegd
  • het landgoed niet langer voldoet aan de voorwaarden van vóór 2021.

Eigenaren die in het verleden gebruikmaakten van fiscale faciliteiten (zoals vrijstellingen voor overdrachts-, schenk- of erfbelasting) kunnen daardoor te maken krijgen met een naheffing wanneer niet meer aan de instandhoudingseis wordt voldaan.

Nieuw overgangsrecht voor instandhoudingseisen

In het huidige wijzigingsvoorstel is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor situaties waarin een landgoed door de nieuwe regels niet langer aan de voorwaarden voldoet. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer de tienjaarstermijn afloopt of wanneer een landgoed – anders dan door vererving of verdeling – van eigenaar wisselt.

In die gevallen worden de fiscale gevolgen van het niet langer voldoen aan de instandhoudingseis buiten werking gesteld voor het deel van de onroerende zaak dat door de nieuwe regels niet langer als landgoed kan worden aangemerkt.
Let op: een eventuele bezitseis (bij eerder genoten vrijstellingen van schenk- of erfbelasting) blijft wel van toepassing.

Neem op tijd maatregelen

Nieuwe én bestaande landgoederen moeten dus beschikken over natuur die aan de nieuwe richtlijnen voldoet. Voor bestaande landgoederen geldt een overgangsperiode tot 2031, of eerder bij aanpassing of verkoop. Dat lijkt ver weg, maar natuurontwikkeling kost tijd. Daarom is het belangrijk om nu al in kaart te brengen welke natuur aanwezig is en welke maatregelen nodig zijn.

Handvatten voor goed beheer

Goed en tijdig beheer maakt hierin het verschil. Wij adviseren landgoedeigenaren het beheer te evalueren. Kijk eens kritisch naar het beleid. Denk eens na over hoe het beter kan en stuur zo nodig bij. Wij hebben een document opgesteld waarin wij handvatten geven voor goed beheer van natuurlijk grasland op landgoederen. Download en gebruik het. Toch behoefte aan een advies op maat?

Kennis & kunde

Gerelateerde projecten