Ecologische verbindingen objectief beoordelen

Ecologische verbindingen zijn cruciaal voor biodiversiteit. Maar hoe toon je aan dat ze in jouw gebied daadwerkelijk functioneren?

In opdracht van het ministerie van LVVN ontwikkelde Eelerwoude, samen met aardobservatie en GEO-ICT-bedrijf NEO, een manier om ecologische verbindingen in de bebouwde omgeving en het landelijk gebied te meten: de handreiking ecologische connectiviteit.

Dit is een doorbraak in het verbinden van wetenschap en praktijk: voor het eerst kunnen we met één landelijke methode zichtbaar maken hoe natuur écht samenwerkt met de omgeving. Dat biedt enorme kansen om gericht te sturen op herstel van biodiversiteit en om succes tastbaar te maken.

Voor het eerst is er een uniforme, nationale definitie met vier verbindingstypen en een labelsysteem (A+ t/m F). Dat systeem beoordeelt de kwaliteit van een verbinding en maakt het mogelijk gebieden objectief te vergelijken en voortgang te monitoren. Zo wordt zichtbaar hoe goed leefgebieden met elkaar verbonden zijn, in bebouwde omgeving én landelijk gebied, en wat er minimaal nodig is om verbindingen te versterken of nieuwe verbindingen te realiseren.

Waarom verbindingen onmisbaar zijn

Deze verbindingen zijn meer dan lijnen op een kaart. Ze zorgen ervoor dat dieren en planten zich kunnen verplaatsen in een land waar de mens het landschap sterk heeft veranderd. Soorten kunnen zich dankzij deze verbindingen aanpassen aan een veranderend klimaat, nieuwe leefgebieden vinden of zich opnieuw vestigen op plekken waar ze verdwenen waren.

Ook vergroten ze de genetische uitwisseling, waardoor inteelt wordt voorkomen. Voorbeelden zijn houtwallen, bloemrijke bermen en randen, poelen en sloten.

Juist omdat deze schakels in het landschap zo belangrijk zijn, is het nodig om hun kwaliteit op een eenduidige manier te kunnen beoordelen. Daarvoor is deze handreiking ontwikkeld.

Droge grazige verbindingen

Natte grazige verbindingen

Wat maakt deze handreiking onderscheidend?

Ecologische connectiviteit wordt al jaren genoemd in beleid, maar een objectief en herhaalbaar toetsingskader ontbrak. Deze handreiking vult dat gat. Wetenschappelijke kennis is vertaald naar concrete normen voor breedte, gelaagdheid en continuïteit van verbindingen.

De methodiek is toepasbaar met openbare data, zoals LASREG, en praktijkgetoetst in stedelijke én landelijke gebieden. Daardoor is één uniforme werkwijze beschikbaar voor gemeenten, provincies en het Rijk.

Waar de handreiking groenblauwe dooradering zich richt op de aanwezigheid en kwaliteit van groen- en waterstructuren, maakt deze handreiking inzichtelijk hoe goed die structuren functioneren als ecologische verbinding tussen leefgebieden.

Wat kun je er concreet mee?

De handreiking ecologische connectiviteit is direct inzetbaar in gebiedsontwikkeling en beleid. Je kunt er bijvoorbeeld mee:

  • een nulmeting uitvoeren voor een gemeente of regio
  • alternatieven in gebiedsontwikkeling objectief vergelijken
  • ontwerpkeuzes onderbouwen, zoals de minimale breedte, gelaagdheid of continuïteit van een verbinding
  • gerichte verbetermaatregelen bepalen, bijvoorbeeld verbreding, een ecoduiker of een andere inrichting van watergangen
  • voortgang richting Basiskwaliteit Natuur monitoren

De handreiking werkt met heldere minimumeisen per verbindingstype. Dat maakt toetsing objectief en uniform.

Met het labelsysteem wordt ontwikkeling zichtbaar in de tijd. Zo kun je richting bestuur onderbouwd laten zien waar verbetering plaatsvindt en welke maatregelen effect hebben of nog nodig zijn.

Omdat de methodiek toepasbaar is met openbare data, zoals LASREG, kun je laagdrempelig starten, ook zonder specialistische datasets of uitgebreide ecologische capaciteit.

Daarnaast creëert de handreiking één gemeenschappelijke taal voor ecologen, ontwerpers, GIS-specialisten en beleidsadviseurs. Dat maakt samenwerking eenvoudiger en integraler.

Houtsingel met dichte struiklaag

Kaart houtige landschapselementen

De koppeling met Basiskwaliteit Natuur

Basiskwaliteit Natuur beschrijft het doel: condities in het landschap moeten op orde zijn zodat soorten zich kunnen verplaatsen, uitwisselen en herstellen. Ecologische connectiviteit is daarbij een basisvoorwaarde.

De handreiking ecologische connectiviteit werkt die voorwaarde uit in concrete, meetbare minimumeisen per verbindingstype. Daarmee kun je objectief vaststellen of een gebied op het onderdeel connectiviteit voldoet aan BKN, in stad én buitengebied. Dat helpt bij het onderbouwen van ontwerpbeslissingen, zoals de breedte van een houtsingel of de opbouw van een oever. Ook biedt het houvast bij beheerkeuzes, bijvoorbeeld gefaseerd maaien of het behouden van een doorlopende struiklaag. Kunstwerken kunnen gerichter faunavriendelijk worden ingericht.

BKN beschrijft het doel. Deze handreiking maakt het toetsbaar en herhaalbaar. Zo wordt beleid robuuster en beter onderbouwd, ook in het licht van wettelijke verplichtingen zoals de Natuurherstelverordening.

De handreiking ecologische connectiviteit is gepubliceerd op de website van Rijksoverheid.

Van meten naar verbeteren

Een landelijk kader is waardevol. De echte winst zit in de toepassing. Wij helpen overheden en gebiedspartijen ecologische verbindingen te meten, te toetsen en gericht te versterken in beleid en ontwerp.

Wil je weten hoe jouw gemeente of regio scoort op ecologische verbindingen? We brengen het inzichtelijk en laten zien waar gerichte verbetering mogelijk is.